Urine kan verzadigd zijn met zouten, mineralen en andere stoffen. Deze kunnen samenklonteren tot kristallen en blaasstenen vormen. De vorming van steentjes in de urinewegen, urolithiasis genoemd, komt regelmatig voor.
In veel gevallen lukt het niet om deze steentjes uit te plassen en zullen deze dus moeten worden verwijderd. Ook is er een reële kans dat de steentjes op een later moment weer terugkomen. Preventieve maatregelen zijn dus ontzettend belangrijk, evenals regelmatige controles.
In dit artikel vertellen wij u meer over blaasstenen bij de hond.
Hoe merkt u of uw hond blaasstenen heeft?
Stenen in de blaas zorgen vaak voor een geïrriteerde blaaswand. Uw hond zal vaker kleine plasjes doen en kan het plassen minder goed ophouden. In sommige gevallen kunt u bloed in de urine zien. Wanneer de blaassteentjes nog klein zijn, kan de hond ze mogelijk nog uitplassen. Wanneer de stenen te groot zijn, lukt dit niet.

In sommige gevallen kunnen de steentjes zorgen voor een verstopping van de plasbuis. Door de smallere plasbuis van een reu is de kans op verstopping hier aanzienlijk groter dan bij de teef. Bij een verstopping zult u zien dat uw hond met een dunnere staal plast, druppelsgewijs plast of zelfs helemaal niet meer kan plassen. De urine hoopt zich op in de blaas en zal al vrij snel stuwing van de nieren veroorzaken. Dit is een spoedgeval en moet zo snel mogelijk worden verholpen.
Gelukkig kunnen deze steentjes in veel gevallen vanuit de plasbuis terug naar de blaas worden gespoeld. Vervolgens zullen deze scopisch of operatief worden verwijderd. Lukt het terugspelen niet, dan wordt er een nieuwe plasopening gemaakt in de plasbuis. Dit noemen we een stomie. Uw hond kan hier prima mee leven.
Of en waar de steentjes precies zitten kan met behulp van echografie of röntgenfoto’s in beeld worden gebracht. Helaas zijn niet alle typen stenen op een röntgenfoto goed zichtbaar (zie figuur 2), daarom wordt in veel gevallen gekozen voor echografisch onderzoek.

Hoe ontstaan blaasstenen bij de hond?
De oorzaak van de vorming van blaasstenen is divers en complex. Er zijn meerdere factoren die bijdragen en de samenstelling van de steentjes verschilt. Zo kan een blaasontsteking of een hoge pH-waarde van de urine gruis en steentjes veroorzaken. Maar er speelt soms ook een genetische factor, waarbij sommige rassen gevoeliger zijn voor het ontstaan van blaasstenen.
Verschillende soorten blaasstenen
Er zijn meerdere soorten blaasstenen, welke verschillen in vorm en samenstelling. Het is vooraf niet met 100% zekerheid te zeggen welk type blaassteen uw hond heeft. Om deze reden sturen wij de steentjes na het verwijderen altijd op naar het laboratorium. Daar onderzoeken ze de samenstelling, waarna we op basis van deze informatie aan de slag kunnen gaan met preventieve maatregelen.

Welke blaasstenen zijn er?
-
Calciumoxalaatstenen: dit type komt veel voor. De stenen bestaan uit calcium en oxalaat. Het is niet helemaal duidelijk hoe deze stenen worden gevormd, maar de stenen ontstaan bij dieren met urine met een hoge pH. Ook hebben zij vaak een verhoging van calcium in het bloed.
-
Struvietstenen: dit is het meest voorkomende type blaassteen. Deze stenen worden gevormd door een infectie van de blaas. Wanneer deze langere tijd aanhoudt, is er een grote kans op struvietvorming.
-
Uraatstenen: deze stenen vormen zich wanneer een hond urinezuur niet kan omzetten tot allantoïne. Dit lijkt vooral een genetische oorzaak te hebben, waarbij bepaalde rassen vatbaar zijn voor dit type blaassteen. Dit wordt vooral gezien bij de Dalmatiër en de Engelse Bulldog.
- Cystinestenen: deze stenen komen soms voor, maar de oorzaak is niet geheel duidelijk. Wel zien we dat honden met cystinestenen een verhoogde hoeveelheid cystine (een aminozuur) in de urine hebben. Daarnaast lijkt ook hier een genetische factor mee te spelen. Rassen zoals de Newfoundlander, Teckel, Mastiff en Engelse Bulldog lijken een verhoogde kans op cystinestenen te hebben.
Behandeling van blaasstenen bij honden
Blaasstenen zorgen voor aanhoudende klachten. Wanneer het niet lukt om gruis en steentjes uit te plassen, dan zullen deze moeten worden verwijderd. U kunt hiervoor doorverwezen worden naar onze poli urologie. In vrijwel alle gevallen is beeldvorming nodig, bijvoorbeeld in de vorm van een echo en/of röntgenfoto’s. Hiermee wordt bekeken of het inderdaad blaasstenen betreft en is er een beter beeld van het formaat en de locatie van de steen/stenen. Dit is belangrijke informatie voor het behandelplan.
Er zijn verschillende manieren om blaasstenen te verwijderen. Dit kan operatief door het openen van de buik en de blaas. Er is dan wel een relatief grote incisie nodig, het is pijnlijker, er is een groter risico op complicaties en herstel duurt langer. Ook is uit onderzoek gebleken dat deze methode een grotere kans is dat er stenen achterblijven.

Op de Wagenrenk wordt daarom voor minimaal invasieve methoden gekozen, namelijk de inzet van scopie (een camera). In een groot aantal casussen is een incisie niet eens nodig, en kunnen de blaasstenen scopisch worden verwijderd.
Wilt u meer weten over het verwijderen van blaasstenen met behulp van scopie? Lees dan onze informatie over Blaasstenen bij honden en katten.
Blaasstenen bij de hond voorkomen
Er bestaat altijd een kans dat blaasstenen opnieuw worden gevormd. Het is daarom belangrijk om preventieve maatregelen te nemen. Welke maatregelen nodig zijn, is afhankelijk van het soort steentje. Dit wordt daarom door een laboratorium geanalyseerd. In vrijwel alle gevallen is het belangrijk om waterinname te stimuleren. Soms is in andere gevallen een speciaal dieet en/of supplementen geadviseerd.
Maar wellicht nog belangrijker is een regelmatige controle. Door de blaas en urine regelmatig te laten controleren, is het vaak nog mogelijk om de steentjes uit de blaas te spoelen. Zo kan een operatie worden voorkomen.